Achtergrond projecten 2003 Roemenië

Arnold van Rijn: secretaris en penningmeesterArnold van Rijn verbleef gedurende negen weken in Sibiu om onder meer het Project Reorganisatie Technische Dienst in het Academisch Ziekenhuis ten uitvoer te brengen. Vanuit Roemenië hield hij de achterban geregeld op de hoogte van zijn belevenissen.....

9 weken Sibiu, Roemenië. Maart / april 2003

Mijn verblijf in Roemenië van 3 maart tot 1 mei zou één van de meest enerverende periodes in mijn leven worden, zo besefte ik pas aan het eind van deze negen weken. Een land waarin bijna alles anders gaat dan wij in het westen gewend zijn. Niets is hetzelfde, de taal niet, de gewoontes niet, de wet niet, de mentaliteit niet, het leven niet. Ik kan mij goed voorstellen dat wanneer je het land voor het eerst bezoekt, je al gauw de conclusie trekt dat dit land bol staat van corrupte praktijken. Als je je verder niet in de problemen die daar bestaan verdiept, dan blijf je bij deze zienswijze. Dit is voor mij juist de reden geweest om eens een langere periode te verblijven in Roemenië. Om te ervaren hoe het werkelijk is. Na negen weken kan ik zeggen dat je regelmatig van de ene verbazing in de andere valt.

Het lijkt alsof iedereen om de hete brij heen draait. Er bestaan natuurlijk wetgeving en morele plichten. Iedereen wil de wet respecteren maar tegelijkertijd doet iedereen zijn uiterste best de wet te ontduiken voor eigen gewin. Niemand vindt dat overigens vreemd want zo werkt het al sinds jaar en dag. Het is een grote uitdaging voor deze natie om stukken van haar mentaliteit te veranderen. De basis is de onderlinge band. Het sociale leven ligt op een ander niveau dan in het Westen. Als er iemand een probleem heeft wordt hij door de ander geholpen. Dat is vaak niet eens een familielid. Dit is, denk ik, overgebleven uit de tijd van het communisme, toen velen op elkaar aangewezen waren om te overleven. Helaas kom je ook een heel slechte mentaliteit tegen waarvan ik in mijn dagjournaal een aantal voorbeelden geef.

Als buitenlander ben je zeer welkom. Iedereen is erg gastvrij en vriendelijk. Zij staan meteen voor je klaar met eten en drinken, dat hoort bij de Roemeense mentaliteit. Wij westerlingen kunnen van deze gastvrijheid nog wel iets leren. Men kent iedereen in de naaste omgeving. Het sociale leven is er een die fundamenteel in deze maatschappij is ingeburgerd, en het gegeven "de mensen die het minst hebben, geven het meest" is eerder regel dan uitzondering.

Maar je bent als westerling ook kwetsbaar. Omdat je als rijk wordt beschouwd, word je soms uitgebuit en laten ze je dubbel betalen bij evenementen. Sommige dienders (politie) nemen het ook niet zo nauw, als je maar iets afwijkt of ze zien dat je een westerling bent dan proberen ze dingen bij je uit. Rustig blijven en je vooral niet opwinden is mijn ervaring en wat altijd helpt is in gesprek blijven met ze. Maar deze negen weken hebben mij zeker niet negatief gestemd. Er zijn zoveel goede zaken die in deze samenleving zich aan het ontwikkelen zijn dat je niet mag oordelen over wat zich in het verleden heeft afgespeeld en over de nare handelwijze die velen er tot op dit moment nog op na houden. Er zijn velen onder hen die inzien dat het moet veranderen. Wij, vanuit het westen, kunnen een positieve bijdrage leveren door deze mensen de weg te wijzen en behulpzaam te zijn. Natuurlijk hebben ook wij ook onze fouten maar als je je daarvan bewust bent, ben ik er van overtuigd dat dit de weg is waarlangs wij gezamenlijk kunnen optrekken. Dat ons werk, en van vele anderen, zich als inkt op een vloeiblad zal verspreiden.

Ik kan onmogelijk in twee of drie A4'tjes omschrijven wat er in de negen weken van mijn verblijf allemaal is gebeurt in en rond het ziekenhuis in Sibiu. Wel kan ik zeggen dat het onderlinge vertrouwen alleen maar is toegenomen. De onderlinge verhoudingen tussen de verschillende personen zijn mij helder geworden. Voor degene die het interesseert, is mijn dagjournaal toegevoegd aan deze website. Hierin staan mij ups en downs beschreven, het zal de lezer duidelijk zijn dat het niet altijd koek en ei was. Er waren diverse moeilijke momenten. Eén keer op het punt gestaan mijn spullen bij elkaar te pakken en te vertrekken. Wat ik gelukkig niet gedaan heb; het heeft mij en de Stichting Werkgroep Urgenta zeker dichter bij de leiding van dit ziekenhuis gebracht. In mijn laatste gesprek met dr. Cortarla, hoofddirecteur, was hij bijzonder onder de indruk van de wijze waarop ik mij heb in gezet. Hij heeft veel respect voor mijn bijdrage in zijn ziekenhuis welke zoveel problemen kent. In verscheidene overleggen is het een punt van gesprek geweest. Hij zegt mijn manier van werken en mentaliteit regelmatig als voorbeeld te gebruiken in zijn overleggen. Ik ben mij pas achteraf daar bewust van geworden. Dat wat voor ons in ons dagelijks werk zo'n normale gang van zaken is, is iets wat voor een Roemeen absoluut (nog) niet in zijn denkwereld tot uiting komt. Er is in twee maanden een kleine stap gezet maar er zal nog heel veel moeten veranderen.

Ik wens u veel plezier bij het lezen van mijn dagjournaal....

Arnold van Rijn